Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Ontgroeven - ‘Dit boek is de olifant in de kamer’
6 december 2021 | Nan van Grootel

Vuilnisbakkies zijn gezonder dan rashonden. Van snoeien wordt een boom sterker. Op de plek waar je je arm brak, zal hij nooit meer breken. Een goede bosbrand helpt een bos vaak meer dan bomen kappen. Never let a good crisis go to waste.

Allemaal gedoe. Deze uitspraken doen wellicht je wenkbrauwen fronsen, maar als je er even bij stilstaat, zul je inzien dat ze stuk voor stuk waar zijn. En waarom zijn we dan anders georganiseerd? Waarom bedenken we nog steeds processen en plannen om ‘gedoe’ te voorkomen? Ontgroeven daagt je uit wat vaker bewust te snoeien, knoeien en knutselen. Van gedoe worden organisaties sterker. Ontgroeven is in zekere zin een ongemakkelijk manifest om vaker lomp te zijn, breuken op te lopen en te snoeien.

De olifant in de kamer

Veel managementboeken schrijven over ‘Als je blijft doen wat je deed, krijg je wat je kreeg.’ Dat riedeltje ken ik inmiddels wel. Het belooft verder niks. Ontgroeven geeft echter praktische handvatten. Dit boek is de olifant in de kamer die er overduidelijk is en zich laat horen ook. In drie delen neemt Kees Tillema de lezer mee in een waardestoom-analyse van ‘antifragiele’ organisaties, organisaties die tegen een stootje kunnen. Tillema wil niets theoretisch of praktisch bewijzen (lees daarvoor vooral zijn Bekentenissen vanaf pagina 185) maar hij nodigt uit tot ploeteren en knutselen. Kortom, lekker gedoe creëren.

Wat bewijst Ontgroeven?

In Ontgroeven leer je wat skin and soul in the game, professioneel knutselen en werken met vuistregels een organisatie kunnen brengen om te zorgen dat ze klaar is voor elke toekomst. In deel 1 lees je over de sleutels tot antifragiel organiseren: wat zijn aannemelijk goede initiatieven tot deze manier van organiseren? Je zou het een hoog-over blik op een antifragiele organisatie kunnen noemen. Wat zijn mogelijke succesfactoren? Overigens zonder een blauwdruk te beschrijven. Als je op zoek bent naar modellen of best practices, dan is Ontgroeven niet het boek voor je.

Deel 2 gaat over herkenbaarheid. Tillema pakt hier herkenbare organisatievraagstukken beet en bekijkt deze vervolgens met een antifragiele bril. Ook geeft hij inspiratie over hoe je deze vraagstukken zou kunnen aanpakken op een pragmatische, gedurfde manier. Als je houdt van controle, dan mag je dit deel overslaan. Dit is een beetje te spannend voor je.

Deel 3 legt uit wat voor soort mensen je nodig hebt in een antifragiele organisatie. Gingen deel 1 en 2 met name over de ‘harde kant’, dan gaat deel 3 met name over de ‘zachte kant’. Het mooie is dat dit deel nooit zweverig wordt, hoewel het alle schijn tegen heeft.

Niet vergeten!

Vergeet niet te genieten van vetgedrukte quotes als: ‘Minstens één keer per dag moeten we ons verdwaald voelen.’ of ‘Hoe preciezer je ’s ochtends weet hoe je werkdag eruit zal zien, hoe meer dood je bent.’


Ontgroeven - 'Een zeer oorspronkelijk boek'
28 oktober 2021 | Peter de Roode

Organisatieadviseur Kees Tillema concretiseert het werk van auteur Nassim Taleb in een boek dat geschikt is voor een iets groter publiek, maar nog steeds een ongemakkelijke boodschap heeft. Zijn boek Ontgroeven gaat over de moed die nodig is om disfunctionele patronen af te breken.  

Tillema richt zich met Ontgroeven tot de mensen die creatieve risico’s durven te nemen en hun verbeeldingskracht durven te gebruiken. Het is een goed geschreven boek dat wars is van het conventionele denken en dat mijns inziens de ondertitel ‘De kleine Taleb’ verdient.

Groeven

Tillema stelt dat door allerlei groeven de levendigheid en de vitaliteit uit organisaties worden gehaald. Hij somt diverse groeven op, en die zullen de meeste lezers meer dan bekend in de oren klinken. Zoals de efficiencygroef, de maakbaarheidsgroef en de controlgroef. Het zijn vaste manieren van denken en doen die organisaties bepaald niet verder zullen brengen. En toch blijven ze het doen.

Het is Taleb geweest die in zijn boeken als De zwarte zwaan en Antifragiel lezers duidelijk maakte dat we sinds geruime tijd in een andere wereld leven. Hij noemde die wereld Extremistan. Een wereld waarin onze modellen en theorieën niet langer werkzaam zijn, en we moeten daarom vooral nieuwsgierig en bedachtzaam zijn. Maar deze boodschap is nog geen gemeengoed in managementland. Het is daarom verheugend dat Tillema de moed heeft opgevat om Taleb wat toegankelijker te maken. En ik denk dat hij daar uitstekend in is geslaagd.

Sleutels

Zo biedt Tillema zijn lezers in het eerste deel 12 sleutels om antifragiel te kunnen organiseren. Onder antifragiel verstaat Taleb dat wat meer voordeel dan nadeel ondervindt van toevallige gebeurtenissen. Dus dat wat met de tijd verandert en overleeft, is antifragiel. Maar veel organisaties zijn in de verste verte niet antifragiel maar juist fragiel: ze zijn heel kwetsbaar wanneer dingen tegenzitten. Wie de boeken van Taleb las, was waarschijnlijk hard bezig met te begrijpen wat er stond en niet zozeer bezig met de vraag: ‘Hoe dan?’

Antifragiel organiseren

Tillema neemt ons mee op weg naar de beantwoording van die laatste vraag: Hoe doe je dat dan antifragiel organiseren? Bijvoorbeeld: Hoe sterker uit een reorganisatie te komen of uit een Covid-pandemie? De sleutels die Tillema aanreikt zijn bepaald geen checklists of blauwdrukken. Nee, het zijn onderwerpen waarover je met elkaar in gesprek moet gaan in een organisatie. Aan een van de twaalf sleutels van Tillema heeft Taleb een geheel boek gewijd: Skin in the game. Tillema legt goed uit waar dit onderwerp over gaat en de lezer kan volstaan met die uitleg om vervolgens na te denken over de vraag: Ben je werkelijk bereid om de volle verantwoordelijkheid te nemen voor de uitkomst van je handelen? – want dat is Skin in the Game. Ziehier de ongemakkelijkheid van dit boek: vragen die schuren, die niet even als hamerstukjes afgetikt kunnen worden. Zo krijg je als lezer niet alleen twaalf sleutels aangereikt, maar een ruime hoeveelheid ongemakkelijke vragen die voor pijn en ongemak zorgen en waar de nodige moed voor nodig is om ze eerlijk te beantwoorden. Het mooie aan de sleutels is dat niemand zal roepen: Dat weet ik al, of: Dat hebben we al geprobeerd. Dit gedachtengoed is namelijk zo anders dan de gebruikelijke reflexen binnen managementland dat maar weinig mensen er bekend mee zullen zijn. En als ze dat zijn, is de hoe-vraag nog niet beantwoord. Over de sleutels schrijft Tillema: ‘De 12 sleutels vormen een potpourri van aangrijpingspunten waarmee de lezer zelf wordt geacht het ideale mengsel te fabriceren.’ Niet benchmarken dus, maar zelf nadenken.

Antifragiele interventies

Het tweede en derde deel biedt de lezer een verdere verdieping op deze sleutels waardoor de geest van de lezer verder opgerekt en meer ontgroefd wordt. Om maar meteen een ongemakkelijk onderwerp aan te snijden uit het tweede deel: antifragiele interventies zijn vooral bezig met de huidige situatie onder ogen te zien en zijn juist niet gericht op de toekomst. Dat zal voor velen even wennen zijn, zo contra-intuïtief, zo ongemakkelijk. De auteur biedt op tal van plekken verschillende denkoefeningen aan om vastgeroeste thema’s zoals: vaste contracten, pensioenopbouw, e.d. vanuit een antifragiele bril te bekijken. Maar ja: durven we te stoppen met gladstrijken, te stoppen met vergaderen, en juist wel de confrontatie aangaan? En: durven we onze bestaande modellen waarmee we groot geworden zijn, zoals SMART doelen en DESTEP-analyse, los te laten en zelf na te denken om de onvoorspelbare wereld tegemoet te treden?

Zendstand

Taleb’s gedachtengoed is zeker fascinerend en Tillema’s boek helpt om dit gedachtengoed nader te concretiseren. Maar ook ik zit na het lezen nog met een ongemakkelijke vraag en die ik zelf zal moeten oplossen: hoe vermijd je dat je als adviseur (intern dan wel extern) verrijkt met de inzichten van Taleb niet in de zendstand komt te staan? Een valkuil die op de loer ligt omdat menig klant of organisatie onwetend is omtrent deze inzichten en erg vreemd zal opkijken wanneer de bekende stip aan de horizon niet langer nodig is en de SMART doelen ook achterwege mogen blijven.

Al met al is Ontgroeven een zeer oorspronkelijk boek dat – ondanks de opgedane inspiratie bij slechts één auteur – enorm aanzet tot denken en niet kiest voor de gemakkelijke weg. Durf dat maar eens te lezen!

Drs. Peter de Roode is zelfstandig adviseur en trainer. Hij ondersteunt organisaties bij het invoeren van grootschalige veranderingen waarbij gedragsverandering centraal staat. Hij is auteur van de boeken Meegaan of dwarsliggenWerkvormen voor managers en Leidinggeven kun je zelf. Samen met meerdere auteurs schreef hij onder red. van Rob van Es het boek Praktijkboek Veranderdiagnose en samen met Peter van den Boom schreef hij Theatervoorstellingen in organisaties. Naast zijn schrijfactiviteiten is hij spreker en organiseert hij trainingen en seminars over actuele managementthema's. Binnenkort verschijnt De comfort-transitie, zijn nieuwe boek.


Ontgroeven - 'Een ongemakkelijk goed boek'
12 juli 2021 | Martin van Staveren

Wat is hét kenmerk van ingesleten patronen in organisaties, van organisatorische groeven? Dat de betrokkenen zo gehecht zijn aan een bepaalde denk- of werkwijzen dat ze eraan blijven vasthouden, ook al blijken ze ineffectief.  Hieruit ontsnappen is mogelijk. Namelijk door te Ontgroeven, zo leert Kees Tillema ons in zijn gelijknamige boek. Dat gaat niet zomaar. Het vraagt een ruwe behandeling. Wie durft?

De voormalig (dwars)Denker des Vaderlands, filosoof en organisatiedeskundige René ten Bos begint er al mee in het voorwoord: ‘Kees Tillema schreef een even leesbaar als ongemakkelijk boek'. Het gedachtengoed van een andere dwarsdenker biedt hiervoor de vruchtbare bodem, Nassim Taleb. Als geen ander heeft Taleb, onder meer statisticus en voormalig beurshandelaar, in een reeks boeken het menselijk onvermogen ontmaskerd om de toekomst te voorspellen, laat staan te beheersen. Toch proberen we dat in vele organisaties nog altijd volop, variërend van in detail uitgewerkte strategieën tot allerlei dagelijkse management control mechanismen. Dit alles zou in theorie nog kunnen werken in stabiele wereld. In een de werkelijke volatiele, onzekere, complexe en ambigue wereld levert dit slechts een dure maakbaarheidsillusie. Duur omdat het enorm veel geld, tijd en energie kost die feitelijk worden verspild. Een maakbaarheidsillusie omdat het in het beste geval leidt tot schijnzekerheden, waaruit we af en toe totaal onverwachts worden gewekt. Kijk eens kritisch om je heen. Dan zie je ook in jouw organisatie vast ook de nodige organisatorische groeven: de efficiencygroef, de controlegroef of de consensusgroef. Ze zijn allemaal gevuld met ooit goedbedoelde, maar inmiddels disfunctionele werkwijzen.

Dit kan, nee móet anders, vindt econoom en bedrijfskundige Kees Tillema, Hij ziet zijn boek dan ook als een heus manifest: ‘Geen sluitstuk, maar een startschot'. Als veelzijdig man heeft hij zich ook verdiept in psychologie en psychotherapie. Daarnaast is hij klassiek musicus én karate-instructeur. Wellicht verklaart dit laatste zijn voorliefde voor ‘ruwe behandelingen' om de heilzame effecten van Ontgroeven in organisaties te realiseren. Centraal in het boek staat het door Taleb gemunte begrip ‘antifragiel'. Een antifragiele organisatie met dito professionals wordt niet zwakker maar juist sterker bij het optreden van totaal onverwachte gebeurtenissen. De antifragiele organisatie ziet die gebeurtenissen namelijk niet alleen als risico, maar ook als kans. Dit in tegenstelling tot een fragiele organisatie (die gaat eraan onderdoor), of een robuuste organisatie (die overleeft slechts door het opwerpen van allerlei verdedigingslinies). Het spreekt dus voor zich dat in onzekere tijden anti-fragiele organisaties verreweg de beste kansen hebben. Niet om louter te overleven, juist ook om te floreren. Hiervoor is het wel nodig om te ontgroeven, om een aantal comfortabele doch fragiele en daarmee disfunctionele patronen kwijt te raken. Dit noemt de auteur ‘antifragiel organiseren'.

Deel 1 van het boek biedt twaalf ‘sleutels' die toegang geven tot het antifragiele ruimten. Je kan deze sleutels beschouwen als benaderingen voor het realiseren van anti-fragiliteit. Het zijn in feite handzame samenvattingen van de vele concepten uit de boeken van Taleb, toegespitst op concrete toepassingen in organisaties. Een voorbeeld is ‘skin in the game'  hebben, ofwel zélf risico's durven dragen in de besluiten die je neemt. Andere voorbeelden zijn de ‘via negativa' inslaan, ofwel eens iets weglaten in plaats van iets toevoegen en werken met vuistregels die de tand des tijds hebben doorstaan (en daarmee bewezen anti-fragiel zijn). Tot zover valt het nog wel mee met de aangekondigde ruwheid. Dit wordt fors anders in Deel 2 van het boek. Hier worden de anti-fragiele concepten losgelaten op zeven veelvoorkomende kwesties in organisaties. Kwesties die vaak met de mantel der liefde worden bedekt, of met vage woorden en fluwelen handschoenen worden aangepakt, waardoor er wezenlijk niets veranderd. Denk hierbij aan organisatiewensen als meer wendbaarheid en flexibiliteit, aan meer onderling vertrouwen of aan duurzame inzetbaarheid. Per kwestie worden minimaal drie anti-fragiele alternatieven geboden, die vanwege de onorthodoxe en confronterende aard menig wenkbrauw zal doen fronsen. Mijn advies: onderga deze behandeling en lees door.

In Deel 3 van het boek kun je je wonden likken. Dit deel biedt vier persoonlijke eigenschappen die samen komen in één overkoepelende vijfde eigenschap: rebelsheid. Deze eigenschappen helpen je om als individu je eigen anti-fragiliteit en die van anderen te ontwikkelen. In lijn met de rest van het boek zijn ook deze eigenschappen niet allemaal even gemakkelijk. Neem onverschilligheid, ‘wat ons bij uitstek kan helpen om constructiever om te gaan met de idiote drukte waarmee we ons vandaag de dag begeven'. Dit leidt immers niet alleen tot informatiestress, maar ook tot ‘naïef interventionisme'. In mijn vakgebied is een voorbeeld hiervan de risicoregelreflex, met vaak disproportionele maatregelen en soms bijwerkingen die erger zijn dan de kwaal. Gedoseerde onverschilligheid kan ons hiervoor behoeden, waarbij we ons alleen druk maken over wat waardevol is én waarop we invloed kunnen uitoefenen. In zijn ‘Bekentenissen', helemaal aan het eind van het boek, past de auteur anti-fragiele onverschilligheid zelf toe: ‘Het maakt mij niet veel uit wat het oordeel over dit boek is'. Een hele opluchting voor de recensent. Die vindt Ontgroeven trouwens een ongemakkelijk goed boek. Wat ruwere behandelingen vanuit liefdevolle intenties, die zouden in veel organisaties best heilzaam kunnen gaan werken. Wie durft?

Martin van Staveren adviseert, doceert en schrijft over realistisch(er) omgaan met onzekerheden, risico’s én kansen. Hij schreef verschillende boeken, en Iedereen risicoleider: Waarde realiseren én behouden in een onzekere wereld is zijn nieuwste boek.


Ontgroeven - 'Heerlijk confronterend boek dat je wakker schudt'
7 juli 2021 | Nico Jong

Iedereen die in een organisatie van enige omvang werkt, zal zich onmiddellijk herkennen in Ontgroeven van Kees Tillema. Het doorgeslagen maakbaarheidsdenken heeft de van meeste organisaties routinematige machines gemaakt.

Als de coronacrisis een ding duidelijk heeft aangetoond, is dat je daar niet ver mee komt bij exponentieel toenemende complexiteit en groeiende dynamiek. Vluchtigheid, wanorde, onzekerheid en onvoorspelbaarheid zijn aan de orde van de dag. En die proberen we vanuit ons oude, vertrouwde paradigma te bestrijden, terwijl dat juist alle ellende heeft veroorzaakt. Hoogste tijd om jeuk van die bestaande manier van denken en werken te krijgen.

De auteur gebruikt het omvangrijke werk van Nassim Nicholas Taleb, die op filosofische wijze heel veel heilige huisjes op magnifieke wijze afbreekt. Nadeel is dat hij daar enorm veel woorden en uitweidingen voor gebruikt en af en toe hoogst irritant en arrogant overkomt. De kracht van Tillema is, dat hij daar twaalf sleutels tot antifragiel organiseren uit destilleert. Antifragiel is alles wat met de tijd verandert en overleeft. Precies wat we nu nodig hebben. Een systeem met een gezonde mate van breekbaarheid, is een voorwaarde voor ontwikkeling. Gaat er niets kapot, dan zal er niets nieuws groeien. Te veel fragiliteit en de boel stort in.

We hebben ruim honderd jaar gedacht dat we robuuste organisaties moeten bouwen, met routines, besluitvormingsprocedures, instructies, maatregelen en andere verdedigingsmechanismen. Die passen goed bij onze basisbehoefte aan veiligheid en voorspelbaarheid en bieden de illusie van een beheersbare en voorspelbare toekomst. Wat daarvan terecht komt, hebben we recent wereldwijd langdurig kunnen ondervinden. Een robuust systeem beperkt de bewegingsvrijheid en werkt zelfversterkend.

We zijn vast komen te zitten in een heel diepe groef: een zich herhalende, disfunctionele manier van denken en handelen. We willen vaak wel anders, maar we kunnen niet omdat we vast zitten in een soort geestelijke gevangenis. Groeven halen de vitaliteit uit mensen en dus uit organisaties. Bovendien verbergen ze ons onvermogen om de toekomst te voorspellen en beheersen, waardoor we blijven denken dat we dat wel kunnen. Het is dan ook de kunst om fundamenteel anders te leren omgaan met onvoorspelbaarheid.

Daarbij helpt het Cynefin Framework van complexiteitwetenschapper Dave Snowden. De vraagstukken waar we voor staan bewegen zich steeds minder in een duidelijk of een ingewikkelde context, waar we zo goed mee hebben leren omgaan. We focussen op voorspelbaarheid en beheersbaarheid, want dat geeft ons het gevoel in control te zijn. Maar de vraagstukken kunnen we er niet mee oplossen.

Als we de gedachte dat we de toekomst niet kunnen voorspellen durven omarmen, kunnen we stoppen met die zinloze symptoombestrijding. Dat gaat niet zonder pijn, maar biedt weer ruimte voor vitaliteit en ontwikkeling. Het boek van Tillema is een oproep om met een nieuwe manier van denken en werken aan de slag te gaan en deze verder te ontwikkelen.

Hij biedt daarvoor twaalf aanwijzingen voor antifragiel organiseren die we kunnen gebruiken om sterker te worden van het onverwachte. Daarna bekijkt hij zeven vraagstukken op een antifragiele manier en tenslotte beschrijft hij vijf eigenschappen die we daarvoor nodig hebben.

Ontgroeven is een heerlijk confronterend boek, dat je wakker schudt. Tillema is er uitstekend in geslaagd om het gedachtengoed van twee minder toegankelijk denkers op een uitdagend presenteerblaadje aan te bieden. Ga er vooral mee aan de slag. Dit boek is een topper.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Prikkelende gedachte-experimenten voor antifragiel organiseren
1 juni 2021 | Bert Peene

Er is iets grondig mis met de managementindustrie. Boeken, opleidingen, trainingen en seminars, allemaal lijden ze aan hetzelfde euvel: ze wekken de illusie van maakbaarheid. Theorieën en modellen zijn ontwikkeld vanuit het idee dat de toekomst voorspeld en dus beheerst kan worden.

 

Maar in een wereld die steeds complexer wordt, komen de economische, maatschappelijke en ecologische grenzen van de maakbaarheid steeds duidelijker in zicht. De vraag is dan ook niet zozeer hoe organisaties onverwachte gebeurtenissen beter kunnen opvangen, maar hoe zij stérker kunnen worden van het onverwachte. Niet eenmalig, maar structureel. Die vraag staat centraal in Tillema’s boek.

Voor het antwoord hoef je dat boek feitelijk niet te lezen, want het is al in de titel gegeven: Ontgroeven ofwel initiatieven ontplooien waarmee disfunctionele patronen afgebroken worden. Die zijn er in organisaties volop. Tillema noemt ze ‘groeven’. Een groef is een repetitieve, niet-functionele manier van denken en handelen die tot doel heeft grip op de werkelijkheid te krijgen en te houden. De efficiencygroef bijvoorbeeld, de maakbaarheidsgroef, de control-groef, of de consensusgroef. Groeven halen de vitaliteit uit mensen en organisaties en ergens beseffen we dat volgens Tillema ook wel, maar het lukt ons simpelweg niet om anders te organiseren.

Ook agile werken, dé managementhype die tot doel heeft de flexibiliteit van organisaties te vergroten, komt volgens hem niet verder dan een goed bedoelde poging om te marchanderen met het lot. ‘Ze [agile en vergelijkbare benaderingen - BP] zeggen in wezen: als wij onze werkprocessen nou net wat flexibeler maken en de toekomst zich niet al te onvoorspelbaar gedraagt, dan zal het gemiddeld wel goedkomen. Jammer genoeg laat de werkelijkheid haar oren niet hangen naar dit soort voorstellen.’ Maar hoe kunnen we dan wel zó organiseren dat we meer winnen dan verliezen bij ‘gedoe en andere vormen van wanorde?’

Door te ontgroeven dus. Of, wat meer sophisticated geformuleerd, antifragiel te organiseren. Tillema ontleent het begrip aan het werk van de Libanees-Amerikaanse wetenschapper Nassim Nicolas Taleb. Met antifragiel duidt Taleb op zaken en structuren die onder druk niet breken, maar juist sterker worden. Antifragiel organiseren betekent in de praktijk op het juiste moment afscheid nemen van patronen die misschien ooit nuttig waren, maar inmiddels vitaliteit en groei in de weg staan.

Zo heeft vergaderen zeker voordelen; communicatie wordt niet voor niets de smeerolie van een organisatie genoemd. Het grote nadeel van vergaderen is echter dat het toeval en wanorde ontmoedigt. De voorspelbaarheid van vergaderingen haalt alle noodzakelijke verrassing weg. Tillema noemt diverse voorbeelden van herkenbare vergaderellende, zoals het next-in-line-effect en het bystander-effect. Stel nu eens dat we 25 procent van de vergadertijd schrappen en dat alle collega’s deze tijd naar eigen opvattingen kunnen werken aan het verbeteren van de organisatie. Wie wil, participeert ook in de opbrengsten.

Zo geeft hij meer voorbeelden van antifragiel organiseren. Eigenaarschap vergroten? Vergeet nutteloze heidagen, maar maak medewerkers daadwerkelijk eigenaar van belangrijke onderdelen van de organisatievoering. Het onderling vertrouwen vergroten? Stel voor dat ieder teamlid elk half jaar vijf procent van zijn salaris weggeeft aan een of meerdere collega’s uit het team. Die keus moet openhartig worden voorzien van argumentatie en toelichting. Afrekenen met beheerdrift en regelzucht? Neem afscheid van centraal ontwikkelde protocollen, procedures en procesbeschrijvingen en vervang ze door alternatieven die worden opgesteld en bijgehouden vanuit een ‘open source’ in de organisatie; een soort interne Wikipedia. Iedereen kan ze aanpassen.

Ontgroeven is een opmerkelijk boek. Niet alleen vanwege het nieuwe organisatieparadigma dat Tillema presenteert – inclusief een aantal ideeën voor antifragiele interventies en een handvol persoonlijke eigenschappen die bij antifragiel organiseren goed van pas komen – maar ook door de onverholen kritiek op die organisatieadviseurs die een dik belegde boterham verdienen door vol bravoure alles doen behalve de rol van ‘ontgroever’ spelen. ‘Charlatans’ noemt hij ze, professionals die in een complexe of chaotische context voor hun opdrachtgevers een doortimmerde routekaart ontwikkelen. De echte vraagstukken worden hiermee echter niet opgelost.

Niet dat zij zich hierbij uitsluitend door commercieel gewin laten leiden, zo ver gaat Tillema (net) niet (hoewel hij hier en daar harde klappen uitdeelt als hij het heeft over ‘zelfverklaarde experts’, ‘dit praktisch materialisme’, en ‘mensen die liever jongleren met tot niets verplichtend managementjargon’). Het is meer dat zij zich kritiekloos schikken naar het wereldbeeld van hun opdrachtgevers: de toekomst is voorspelbaar, resultaten zijn ‘organiseerbaar’. En dat is dus wat zij beloven: resultaten.

Tillema noemt zijn boek een manifest, geschreven voor lezers die creatieve risico’s durven te nemen en hun verbeeldingskracht aan het werk willen zetten. Een manifest heeft altijd iets noodzakelijks: de boodschap moét verkondigd worden. Denk maar aan beroemde voorbeelden als het Communistisch Manifest, André Bretons Surrealistisch Manifest, en de 95 stellingen van Maarten Luther, het feitelijk begin van de Reformatie. Of Ontgroeven eenzelfde impact zal hebben, moet de toekomst leren. In ieder geval gaan ook in Tillema’s boek allerlei heilige huisjes omver. Van de klassieke bedrijfskunde maakt hij gehakt, terwijl ook de organisatiekunde eraan moet geloven. In het slechtste geval zal de publicatie ervan niet meer dan een rimpeling in het consultancywater blijken te zijn, in het beste geval wordt het gekozen tot het OoA-boek van het Jaar 2021.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden