Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte rondom de feestdagen zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen
Longread - Henny Portman over Agile Managen
30 augustus 2016 | Henny Portman

Het boek Agile Managen. Snel en wendbaar werken aan continue verbetering in organisaties van Mike Hoogveld is het zoveelste boek met Agile in de titel. Maar Agile managen is zeker geen boek om links te laten liggen.

Agile management vormt de integrale, faciliterende basis voor onderhoud, continue verbetering en innovatie. In dit boek staat agility centraal. Agility betekent binnen de context van dit boek behendigheid, lenigheid, lichtheid, snelheid, scherpte, kracht, focus, precisie en aanpassingsvermogen. Het boek is onderverdeeld in twee delen. Het eerste deel, Op expeditie, neemt je mee in de zoektocht naar de essentie van agile management. Deel 2, Aan de slag, beschrijft hoe je concreet agile management toepast.

Deel 1: Op expeditie
Hoofdstuk 2 neemt ons mee in de de opkomst en ondergang van bedrijven. Wat gebeurt er als je als organisatie te lang vasthoudt aan het bestaande? Waarom zijn bedrijven zoals Kodak, Nokio, Blackberry maar ook een start-up als Iridium omgevallen? Dieren en planten kunnen alleen overleven als zij zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Voor organisaties geldt dat ook. Alleen organisaties die zich kunnen aanpassen, organisaties die dus agile zijn, overleven.

Als je niet om kan gaan met veranderende omstandigheden wordt het heel moeilijk om als organisatie te overleven. Hoofdstuk 3 beschrijft waar deze veranderende omstandigheden uit bestaan. Dit kunnen zowel interne als externe omstandigheden zijn. Voor de externe omstandigheden hanteert de auteur het STEEPLED-model (Sociaal-cultureel, Technologie, Economie, Mmilieu/Environment, Politiek, wetgeving/Legal, Ethisch, Demografisch) en voor de interne omstandigheden het 7S-model. Het onderkennen van deze veranderende omstandigheden is een eerste vereiste maar hoe snel ben je in staat om te acteren. De VUCA-factoren (volatiliteit, onzekerheid/uncertainty, complexiteit, ambiguïteit) bepalen de termijn waarbinnen je kan veranderen en dit kan weleens te lang zijn om te kunnen overleven als organisatie.

Hoofdstuk 4 stelt het nut van experimenteren en falen centraal aan de hand van een aantal inspirerende voorbeelden zoals Zara met een tiental nieuwe collecties per jaar i.p.v. een zomer en wintercollectie, DWDD met haar spin-offs, en Volvo. Volgende de wetten van Boehm kun je het beste zo vroeg mogelijk in een proces falen omdat je daarmee enorm bespaart op de herstelkosten.

Ook talloze mislukkingen die uiteindelijk tot succes geleid hebben komen langs. Denk bijvoorbeeld aan de Fosbury flop of Joanne Rowling en Thomas Edison. Inspirerend kan een bezoek aan een Fuck Up Night of Falcon zijn waar mislukkingen centraal staan. Tenslotte wordt serendipiteit uitgelegd aan de hand van de voorbeelden penicilline, champagne, het theezakje, de post-its en Google. Via een te downloaden bonushoofdstuk zijn nog veel meer inspirerende voorbeelden te vinden over serendipiteit.

Hoofdstuk 5 laat zien dat agility een cruciale succesfactor is voor diegenen die willen winnen binnen bijvoorbeeld oorlogsvoering of topsport. Hoofdstuk 6 laat in een historisch perspectief zien hoe dit te vertalen is naar het bedrijfsleven. Twaalf ideeën passeren in chronologische volgorde de revue:
- De wetenschappelijke methode (observatie, inductie, deductie, toetsen, evaluatie)
- Darwinisme
- 80/20 regel (De wet van Pareto)
- Scientific management (Taylor en Gilbreth)
- Continious manufactoring (T-Ford)
- PDCA-cyclus (Deming; Plan-Do-Check-Act)
- Toyota Production System (Lean)
- OODA-cyclus (Boyd; observation, orientation, decision, action)
- Spiral model (Boehm, iteratief proces van prototyping)
- Agile development (Manifesto)
- Marginal gains (resultaten tellen niet op maar vermenigvuldigen)
- Lean Startup (Ries; bouwen-meten-leren)

Het laatste hoofdstuk van het eerste deel gaat in op de essentie van agile management. Hierbij staan zowel de interne als de externe klant centraal. Agile management is een iteratieve, incrementele manier van werken waarbij de volgende acht principes of kernwaarden centraal staan:
- Waarde Creëren (op basis van Minimum Viable Products)
- De klant begrijpen (voice of the customer)
- Alignment (multidisciplinair team werkend aan één gemeenschappelijk doel)
- Empowerment (end-to-end verantwoordelijkheid)
- Synchroon en visueel communiceren (met en bij elkaar)
- Leren van experimenteren (continue verbetering, falen mag)
- Snelheid en flexibiliteit (geen dikke, rigide plannen, maar schetsen)
- Accountability (transparantie, eigen evaluatie om te leren en te verbeteren)

Dit kan echter alleen tot wasdom komen als er een cultuur van zelforganiseren aanwezig is dat ondernemerschap stimuleert en waarbij dienend leiderschap centraal staat zoals we dat bijvoorbeeld aantreffen binnen Spotify. Binnen Spotify zien we de volgende cultuuraspecten:
- Principes zijn belangrijker dan regels
- Empowerment met slimme afstemming
- Vertrouwen in plaats van controleren
- Respect en motivatie
- Experimenteren, falen en leren

Deel twee beschrijft hoe agile management concreet in de praktijk kan worden toegepast.
Hoofdstuk 8 geeft enerzijds inzicht in de agility van je eigen organisatie middels een vragenlijst met 78 vragen. Op basis van deze vragenlijst krijg je inzicht in hoeverre jouw organisatie in staat is om de voorwaarden te creëren die een agile organisatie faciliteren en een indicatie van de effectiviteit van de agility van jouw organisatie. De vragenlijst is opgenomen in het boek maar kan ook online ingevuld worden.

Daarnaast wordt uitgebreid stilgestaan bij een case van ING waarin een agile organisatie is opgebouwd rond squads, chapters en tribes.
Hoofdstuk 9 kijkt naar strategische opties die je hebt als organisatie. Dit kan aan de hand van de Ansoff-matrix, het vijfkrachtenmodel van Porter maar ook de Blue Ocean Strategy van Chan Kim biedt inzicht in het concurrentieveld.

Vervolgens dien je de gekozen strategie om te zetten in concrete acties. Binnen het agile managementproces staat hier de iteratieve Denk-Doe-Leer cyclus aan de basis. In de Denk-fase onderken en prioriteer je verbetermogelijkheden. In de Doe-fase ontwikkel en test je de verbeteringen en in de Leer-fase beoordeel je het effect en wat de logische vervolgstap is.

Hoofdstuk 10 en 11 stellen de Denk-fase centraal. Startpunt is het opstellen van een business model canvas en in het bijzonder de rechterkant: waarde creatie. Vervolgens moet dit vertaald worden in een flexibele planning waarin middels prioriteitstelling aangegeven wordt in welke volgorde de verbeteringen worden opgepakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de impact-effort matrix. Als aanpak kiest de auteur voor Scrum of Kanban events en artefacts. Als uitbreiding hierop wordt de huddle meeting of sync meeting genoemd om de afstemming tussen verschillende teams te regelen. In andere literatuur zie ik hier dan de scrum of scrums genoemd worden of de net gelanceerde Nexus daily scrum meeting (zie mijn Nexus blog). Daarnaast komt het belang van werken met hypothesen naar voren en worden een kleine vijftig kritieke prestatie indicatoren (KPI's) gegeven die je binnen je hypothesen kan gebruiken.

Hoofdstuk 12 beschouwt de Doe-fase waarbinnen je ideeën geconcretiseerd worden middels experimenteren, het bouwen van klantwaarde proposities volgens Value Proposition Design van Osterwalder en customer experiences, het nut van het ‘minimum valuable product' en het gebruik van een A/B test (of split-run-test).
Hoofdstuk 13 beschrijft de laatste stap in het Denk-Doe-Leer proces. Wat heeft gewerkt en wat niet? Evalueren om te evolueren noemt de schrijver dat. Je krijgt in detail een aantal bronnen toegelicht die onder te verdelen zijn in bruikbaar voor actieve of passieve aanpakken met kwalitatieve of kwantitatieve informatie. Hiermee moet duidelijk worden of je hypothese bevestigd is of juist verworpen is en kan je besluiten om je aanpak als nieuwe standaard te beschouwen, je een volgend alternatief moet zoeken/uitproberen, of een compleet andere koers moet inslaan (pivoteren).
Het laatste hoofdstuk zet vervolgens alle onderwerpen binnen Agile Managen nog eens op een rijtje.

Conclusie
Agile Managen is een must voor iedereen die business agility in zijn of haar organisatie handen en voeten wilt geven. Een boek wat je vanuit zowel de theorie als de praktijk meeneemt op je pad met agile management. Een weg van vallen en opstaan, en ook hier hoe eerder je vaststelt dat het niet werkt hoe beter, zolang je er maar van leert!

Henny Portman is partner bij HWP Consulting en biedt begeleiding bij het invoeren en verbeteren van project-, programma- en portfoliomanagement inclusief het opzetten en verder ontwikkelen van PMO's. Hij is auteur en blogger en publiceert regelmatig artikelen.

5 augustus 2016 | Marloes Hoekman

Agile: het begrip kom ik steeds meer tegen in mijn werk als adviseur. Vaak zeggen managers: ‘we moeten meer agile gaan werken’. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? Vandaar dat ik ervoor koos me wat meer te verdiepen in het onderwerp, met toch wel het beeld dat het vooral een hippe managementterm is. Dus ik was benieuwd of mijn beeld na het lezen van dit boek zou veranderen.

Het boek bestaat uit twee delen; in het eerste deel wordt dieper in gegaan op de achtergrond van agile management en het tweede deel vertelt hoe de agile techniek kan worden toegepast in de praktijk middels de ‘Denk-Doe-Leer’-fasen.
De schrijver vertelt in deel I het belang van wendbaarheid (want dat is agile) van organisaties. Adaptiviteit is iets wat van levensbelang is voor organisaties. Denk maar aan organisaties als Kodak, die te laat op de golf sprong van de digitale fotografie. De schrijver noemt daarnaast voorbeelden van adaptiviteit in de vorm van onder andere de evolutietheorie van Darwin. Geen nieuwe dingen voor mij tot nu toe, sommige voorbeelden kreeg ik al tijdens mijn eerste college Bedrijfskunde op de universiteit negen jaar geleden. Het lijkt in mijn ogen veel op de ‘contingentietheorie’ die stelt dat organisaties zich continu moeten aanpassen aan hun omgeving.

Na de uitleg over adaptiviteit gaat de schrijver dieper in op de achterliggende theorieën die de basis leggen voor Agile Managen. Interessant om te lezen als bedrijfskundige (ik had veel aha-erlebnissen), alleen voor een lezer die er minder bekend mee is, is het soms een beetje te veel van het goede. Zo worden onder andere de wetenschappelijke methode, de 80/20-regel, de PDCA-cyclus en lean management genoemd als theorieën waar Agile op is gebaseerd. In mijn ogen komt Agile dus neer op het combineren van verschillende managementtheorieën dat er uiteindelijk voor zorgt dat organisaties zich snel kunnen aanpassen aan hun omgeving om zo concurrerend te blijven.

In deel II legt de schrijver uit hoe Agile management concreet toegepast kan worden in de praktijk. Aan de hand van ‘Denk-Doe-Leer’-fasen wordt er uitgebreid uitgelegd welke stappen een organisatie moet nemen om Agile te worden. In het laatste hoofdstuk vat de schrijver de methode nog eens samen; wat mij betreft had dit wat eerder gemogen want hier gaat de schrijver terug naar de kern van het boek. Zo beschrijft hij: ‘bij Agile draait het om snelheid en wendbaarheid, om responsief zijn. Veel organisaties worden daarin belemmerd door hiërarchische structuren, gebrekkig interne samenwerking en hun neiging om vast te houden aan vaste gedragspatronen’. Mike Hoogveld stelt dat Agile Managen hiervoor de oplossing biedt.

Kortom, gezien de veelheid aan onderliggende theorieën van Agile en de brede toepassing, ben ik nog niet helemaal overtuigd van de helende methode van Agile management. Op de vraag of het een hippe managementterm is of een helende methode, is lastig antwoord te geven. Het beste principe dat je hiervoor kunt gebruiken om zelf te oordelen, is één van de onderliggende theorieën van Agile, namelijk de 80/20 regel. Aan jou de keus welk deel de hippe managementterm en welk deel de helende methode is.

Agile Managen - Mike Hoogveld
11 juli 2016 | Simon Bos

Onder invloed van de technologische ontwikkelingen is ons consumentengedrag de laatste jaren sterk aan het veranderen. Dat vraagt nieuwe manieren van organiseren, zoals Agile, dat overwaait uit de IT-sector.

Ging je voorheen nog naar de stad om inkopen te doen, tegenwoordig is de webshop het inkooppunt. Pakte je eerder de vaste telefoon voor een afspraak of om iets leuks met elkaar te delen, nu stuur je via de smartphone een appje of een filmpje. Gevestigde organisaties kunnen de veranderende marktomstandigheden niet bijbenen en vallen om. Hier was een tekort aan innovatie en ondernemersgeest. Er ontstaan vervolgens nieuwe organisaties die wel op de veranderende omstandigheden kunnen inspelen. Sommigen vinden zichzelf zelfs opnieuw uit. Flexibiliteit en wendbaarheid naar de markt is tegenwoordig een absolute noodzaak. Het aanpassingsniveau moet dus groot zijn, maar hoe doe je dat?

Agile Managen

Een aanpak die daarbij zou helpen is Agile managen. Overgewaaid vanuit de IT-softwareontwikkeling biedt deze aanpak ook kansen om organisaties snel en wendbaar te maken. Om de concurrenten een stapje voor te zijn. Over dit onderwerp heeft Mike Hoogveld een interessant boek geschreven.

Agile Managen gaat in op het proces wat je moet doorlopen om tot een wendbare organisatie te komen. Agility wordt in de volle breedte uitgelegd. Alle facetten komen aan bod. Hierbij moet je denken aan de interne en de externe klanten, de diensten en producten, de verkoopkanalen, de ondersteunende processen, maar ook de strategie, het businessmodel, het leiderschap, cultuur en welke type mens heb je nodig hebt.

Lange aanloop

Mike neemt in het boek een lange aanloop naar de essentie van Agile managen. Een grondige onderbouwing is zijn stijl. Via Darwin gaat hij uitgebreid in op de diverse theorieën, modellen en inzichten die in de loop van de tijd zijn ontstaan. Hierbij maakt hij veelvuldig gebruik van metaforen. Dat is fijn, want hierdoor gaat de theorie meer leven en ontstaat er een leesbaar boek.

Voor de lezers die de theorie al kennen, of gelijk naar de essentie en de praktijk willen gaan, gaat het boek vanaf hoofdstuk zes leven. Dan kom je overigens nog veel theorie tegen, waardoor een praktisch ingestelde veranderaar kan verdwalen op zoek naar de handvatten van Agile managen. Er is veel te vertellen, maar ik mis de aanwijzingen hoe je nu tot een Agile team moet komen. Wat zijn bijvoorbeeld de juiste profielen in de Tribes en Squads? Hoe kom je nu tot deze keuze? Praktisch mag dit een spade dieper. Verder ademt het boek de suggestie, dat elke organisatie Agile georganiseerd kan worden. Dat is naar mijn idee niet het geval. Denk dan aan de internationale bankensector. Daar zal na implementatie een hybride achtige organisatie ontstaan.

Geen rocket science

Behalve deze omissies is het verder een knap geschreven en leerzaam boek. Hoogveld geeft een goede inkijk in de theorie. Ook het assessment op agilemanagen.nl is erg handig in de opstart naar een Agile organisatie. Je krijg je direct inzicht en naderhand zelfs de resultaten van het Agile onderzoek wat Mike Hoogveld thans aan het uitvoeren is. Prettig vind ik de ontnuchterende constatering dat Agile Managen geen rocket science is, maar het op logische wijze gebruiken van reeds bestaande theorieën en modellen. Dat mag ik wel, want daarmee ontzenuwt hij enigszins de hype rondom Agile.

Simon J.J. Bos is IT interim-manager en doet opdrachten in IT organisaties waarin de belangen groot zijn en veranderingen moeten worden doorgevoerd.

Agile Managen - Snel en wendbaar werken aan continue verbetering in organisaties
2 mei 2016 | Sjors van Leeuwen

De wereld om ons heen verandert dus moeten we als organisatie ook veranderen. Wie in de toekomst wil blijven bestaan, moet zich vliegensvlug kunnen aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden. Veel organisaties ontbreekt het echter aan ‘agility’ en houden teveel vast aan hun traditionele manier van werken. Waardoor ze het vroeg of laat moeilijk krijgen. Dat is de centrale boodschap van Agile Managen.

In Agile Managen, met de subtitel ‘Snel en wendbaar werken aan continue verbetering in organisaties’ laat consultant, onderzoeker en docent Mike Hoogveld zien wat organisaties kunnen leren van slimme start-ups en andere succesvolle innovatieve organisaties. Aan de hand van wetenschappelijke inzichten en tal van praktijkvoorbeelden beschrijft de auteur hoe je je organisatie agile maakt door te focussen op continue verbetering, aldus de tekst op de achterzijde van het boek.

De auteur begint het boek met een persoonlijk voorwoord waarin hij schrijft dat hij moeite heeft met sommige sporten omdat hij vanwege zijn lengte en lichaamsbouw niet zo snel, lenig en wendbaar is als vrienden of tegenstanders. Zou het zo zijn, zo vroeg de auteur zich als adviseur en onderzoeker af, dat die eigenschappen van snelheid, lenigheid en wendbaarheid ook van belang zijn voor organisaties? Dat bracht de auteur op het spoor van ‘agility’. De auteur lijkt in ieder geval een sportliefhebber gezien de parallellen met sport die in het boek voorkomen.

Met agile managen wordt in het boek de werkwijze bedoeld die voor agility zorgt. Volgens de auteur laat ‘agility’ zich letterlijk vertalen als de vaardigheid om vlug en makkelijk te bewegen. Het doel van agility, volgens de auteur uit te spreken als ‘edzjility’, is adaptiviteit: het responsieve vermogen van de organisatie om zich flexibel aan te passen aan nieuwe vereisten. Aanpassingsvermogen staat centraal. De auteur verwijst hierbij naar Charles Darwin die ooit verklaarde dat alleen de soorten die zich het beste weten aan te passen, zullen overleven.

Het boek is 256 pagina’s dik en bestaat uit twee delen. In deel 1 komen de theorie en essentie van agile management aan bod. Toegelicht worden de noodzaak, het ontstaan en de belangrijkste blokkades voor de adoptie van agile management. Deze blokkades zijn handig om te weten, want de invoering van een agile werkwijze is een veranderingsproces op zich. Ook komt het nut van experimenteren en falen aan bod evenals de acht principes van agile management, die verderop vermeld worden. Het eerste deel wordt afgesloten met een belangrijk onderwerp, namelijk dat bij agile managen een andere cultuur en andere vormen van leiderschap en samenwerking nodig zijn om het te laten slagen. De auteur laat zien hoe je dat in de praktijk kunt doen aan de hand van een interessante casebeschrijving van muziekstreamingdienst Spotify.

In deel 2 komt de praktijk aan bod. Ingezoomd wordt op een agile werkwijze waarbij, zo schrijft Hoogveld, op basis van hypothesen kleine aanpassingen worden aangebracht in bijvoorbeeld processen, producten, diensten of ervaringen. Als eerste volgt er een toelichting op het organiseren van agile management via zelforganiserende multidisciplinaire teams met de praktijkcase van ING als inspirerend voorbeeld. Deze Nederlandse bank gaat van afdelingen, teams en managers naar tribes, squads en product owners. Hoewel zelforganiserende teams en de juiste aansturing daarvan de kurk vormen waarop een agile werkwijze drijft, worden deze onderwerpen beknopt besproken. Wel kun je een Agile Assessment invullen om vast te stellen hoe agile jouw eigen werkwijze is. Dit geeft een goed beeld van de verschillende aspecten die een rol spelen.

Daarna volgt het agile managementproces waarbij de denk-doe-leer-cyclus als kapstok fungeert. Hierbij wordt voortgeborduurd op bekende leercycli als de plan-do-check-act (PDCA)-cyclus. De denkfase bestaat uit het vaststellen, prioriteren en plannen van verbeteringen en het vaststellen van prestatie-indicatoren (KPI’s) om resultaten te kunnen meten. De doe-fase gaat over het bouwen en testen van verbeteringen via een ‘minimum viable product’. In de leerfase staat het evalueren en leren centraal door in gesprek te gaan met de interne en/of externe klant (‘voice of the customer’) over de opgeleverde aanpassing. Hierbij kun je drie vervolgstappen doen: de nieuwe aanpak als nieuwe standaard hanteren, op zoek gaan naar (betere) alternatieven of de ingeslagen weg heroverwegen (pivoteren). Het boek sluit af met een kort samenvattend hoofdstuk over hoe je vanuit de huidige situatie de omslag kan maken naar een toekomstbestendige organisatie. Ieder hoofdstuk in het boek sluit af met een kort overzicht van de belangrijkste punten.

Kort samengevat zijn de acht principes van agile managen:

1.       Waarde creëren door eenvoud en kwaliteit van (ver)nieuw(d)e producten en diensten voor interne en externe klanten: werkende, relevante oplossingen die lean worden gebouwd op basis van ‘minimum viable products’.

2.       De klant begrijpen om waarde voor hem te kunnen creëren: gebruiken van ‘voice of the customer’ bronnen om zijn wensen, behoeften en gedrag continue te analyseren.

3.       Alignment van betrokkenen uit alle relevante afdelingen: door in multidisciplinaire teams samen te werken aan één gemeenschappelijk doel komt de klant écht centraal te staan.

4.       Empowerment van teams door het geven van end-to-end verantwoordelijkheid en het wegnemen van belemmeringen: het geven van vertrouwen faciliteert hun autonome zelforganisatie.

5.       Synchroon en visueel communiceren: teamleden werken fysiek bij elkaar in hun eigen ruimte en overleggen en plannen in workshopvorm met elkaar.

6.       Leren van experimenteren door het volgen van de Denk-Doe-Leer cyclus: er wordt gewerkt met hypotheses, metingen, analyses en evaluaties, waarbij falen een ingecalculeerd risico is en teamleden zich veilig kunnen falen.

7.       Snelheid en flexibiliteit in de planning door te werken met korte iteraties: het team voert de verbeteringen in een ‘pull’ stroom uit door deze te prioriteren op waarde en inspanning.

8.       Accountability van alle activiteiten: na iedere iteratie worden de inspanningen en resultaten op transparante wijze geëvalueerd om continue te leren en zo toekomstige prestaties te verbeteren.

De door de auteur beschreven denk-doe-leer-werkwijze herbergt een mix van specifieke agile-methoden zoals Scrum, Sprint en Kanban (afkomstig uit de agile-softwareontwikkeling) en gangbare modellen zoals de Ansoff matrix, Business Model Canvas, Lean en Customer Journey Mapping.

Het boek is actueel, relevant en bevat veel theorieën, modellen, onderzoeken, geschiedenisuitstapjes, sportparallellen en aansprekende praktijkvoorbeelden. Het boek geeft een breed overzicht van de vele aspecten die een rol spelen bij het toepassen van een agile werkwijze. Door de vele onderwerpen en invalshoeken kan het lastig zijn om het overzicht en de rode draad vast te houden. Het afwisselend en gecombineerd (‘agilean’) gebruiken van Engelse en Nederlandse termen, waarmee vaak hetzelfde wordt bedoeld, maakt het de lezer niet altijd gemakkelijk.

De auteur laat in Agile Managen zien hoe je met behulp van zelforganiserende teams en een verzameling ‘agile’ werkmethodieken en tools sneller en flexibeler kunt opereren. De cruciale vraag ‘hoe vergroten we onze wendbaarheid?’ wordt in het boek voor een deel beantwoord, daar waar het gaat om operationele wendbaarheid door zelforganiserend teamwork (de dingen goed doen). Als het gaat om ‘strategische wendbaarheid’ (de goede dingen doen) wordt deze cruciale vraag niet beantwoord. Voor een toekomstbestendige organisatie zijn echter zowel operationele wendbaarheid áls strategische wendbaarheid nodig. Maar de eerste klap is ook hier een daalder waard en het is zoals Frederick Douglas in het boek zegt: ‘If there is no struggle, there is no progress.’

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver’s seat, Zorgmarketing in de praktijk en Power to the people.

Agile Managen
19 april 2016 | Robert Buisman

Binnen organisaties is de term agile een veelgehoorde kreet. Te pas en te onpas wordt het gebruikt. Alle reden voor auteur Mike Hoogveld om met een boek duidelijkheid te verschaffen over wat het wel en niet inhoudt.

Hoogveld trekt agile in Agile Managen vooral breder dan alleen de ICT waar de term al flink is ingeburgerd. Bij het lezen was ik was vooral benieuwd naar de meerwaarde van dit boek voor managers en ondernemers.

De auteur begint zijn verhaal op een onverwachte manier. Vanuit zichzelf redenerend, beter gezegd: vanuit zijn fysieke hoedanigheid (Hoogveld beschrijft dat hij een kerel is van 1,94 meter lang en 93 kilo zwaar). Die lichamelijke beschrijving is niet voor niets. Het is een alleraardigste metafoor voor een minder wendbaar lichaam dat in sommige sporten het onderspit moet delven ten opzichte van de kleinere mensen die snel en flexibel om hun as draaien. De vergelijking met organisaties in concurrentie met elkaar wordt hiermee meteen in beeld gebracht. Vanuit deze inleiding wordt er ingegaan op aanpassingsvermogen - de centrale eigenschap binnen agile management - van levende organismen. Met een tot in detail beschreven uitstapje naar de geschiedenis van Darwin's evolutietheorie, beargumenteert de auteur zijn pleidooi dat wendbaarheid en aanpassingsvermogen dé sleutels zijn tot overleven.

Een en ander in het eerste deel is dusdanig goed onderbouwd en opgeschreven dat je - zelfs als ware je de grootste criticus - geen enkele reden hebt om aan zijn verhaal te twijfelen. Ook omdat het huidige tijdgewricht beschreven wordt aan de hand van het VUCA-niveau in samenleving en economie. (Voor wie VUCA onbekend is: de term staat voor volatile, uncertain, complex en ambigu - een manier om de turbulentie in samenleving en economie te beschrijven). Juist die onzekere samenleving maakt plannen op lange termijn ondoenlijk. In een omgeving waarin verandering de enige constante is en vrijwel alles om je heen onzeker is (van externe omgeving tot interne organisatie) is agility de enige manier om te overleven.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een uitgebreide beschrijving van agile managen en een pleidooi voor het waarom ervan. Het tweede deel beschrijft het hoe en wat. Hoe ga je agile management in je organisatie implementeren? De auteur geeft de lezer een heldere keuze. Ben je al enigszins bekend met agile, dan kun je meteen door naar deel twee. Hiermee geeft de auteur een waardevolle leestip. Voor de reeds ingewijde managers is deel één leuk om te lezen, zie dat deel vooral als ontspanning of verdieping. In het tweede deel ga je als het ware wat meer aan het werk. Je krijgt inzichten in passende organisatiestructuren, en het agile werkproces van denk, doe en leer. Dit proces werkt toe naar het uiteindelijke doel van agile: continue verbetering van je organisatie. Concretisering vindt plaats aan de hand van een handige checklist waarop je aan de hand van 78 stellingen inzicht krijgt in de huidige situatie van je organisatie, business unit of afdeling.

Een helder geschreven boek, dat bolstaat van onderbouwing met theorie, cijfermateriaal en praktijkvoorbeelden. Zo nu en dan wordt de materie tot in groot detail beschreven; ik kan me voorstellen dat dat de snelle lezer wellicht kan afremmen. Overigens opvallend weinig aandacht voor de werking van disruptie en het creëren van nieuwe markten. Vrijwel het enige echte daarover zijn de twee pagina's over rode en blauwe oceanen (Chan Kim & Mauborgne). Vooral de responsieve - en helaas wat minder de creatieve - vaardigheid wordt goed uit de doeken gedaan. Hiermee is het werk een goede leidraad voor managers binnen bestaande (grotere) organisaties die binnen hun bestaande kaders efficiënter, klantgerichter en vooral flexibeler kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden.

De inhoud van Agile Managen is goed gedocumenteerd, her en der verduidelijkt met schema's, tabellen en afbeeldingen op een manier die het boek lucht geven. Op de man af geschreven, langs een directe schrijfstijl die zich kenmerkt door autoriteit en humor tegelijk.

Robert Buisman is strateeg in B2B marketing, sales en innovatie en auteur van Zakelijk succes in nieuwe tijden. Daarnaast is hij co-founder van Serendipity Hub, platform voor creatieve probleemoplossing. Geregistreerd CRM-Professional en kernlid bij het Platform voor Klantgericht Ondernemen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden