Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Waarom begrijpen mijn medewerkers mij niet?
13 januari 2008 | Ben Kuiken

Of willen ze mij gewoon niet begrijpen? Met deze vraag, die veel managers bezighoudt, opent het boek Pimp je afdeling van Jeroen Busscher. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche heeft er een mooi, verhelderend beeld voor. Zijn collega Wittgenstein heeft een antwoord.

Jeroen Busscher begint zijn verfrissende boek Pimp je afdeling met een ‘wat filosofisch getinte opmaat’. Hij neemt een voorbeeld uit de alledaagse praktijk: het koffiekopje. ‘Het koffiekopje waaruit u ’s ochtends drinkt is een houder voor vocht. Het kopje is ook een cilindrische vorm, aan één kant dicht. Het is een industrieel ontwerp uit, zeg, het eind van de twintigste eeuw. Het is uw kopje. Het is het cadeau van tante Esther voor uw verjaardag van afgelopen jaar.

Hier kun je eindeloos mee doorgaan, schrijft Busscher. ‘Het zijn allemaal werkelijkheden die tegelijk bestaan en die in principe waar zijn.’ Wat voor de één een gewoon koffiekopje is, is voor de ander een cilindrische vorm, en voor weer iemand anders een geschenk van tante Esther met sentimentele waarde. Die verschillende werkelijkheden veroorzaken nogal wat problemen: ‘De wereld bestaat uit oneindig veel werkelijkheden, die allemaal vrolijk naast elkaar bestaan. Woonde u in uw eentje op deze aarde, dan zou dat geen probleem zijn. Maar aangezien wij de hele dag vrijwel niets anders doen dan met andere mensen samenwerken en communiceren, kan dit verschijnsel nogal wat misverstanden opleveren. Ruzie bijvoorbeeld, werkt als volgt. Ik vind het ontwerp van het kopje prachtig. Houden dat ding. U vindt de hoeveelheid koffie die het warm kan houden veel te weinig. Weggooien dat ding. Als wij nu samen moeten onderhandelen over het wel of niet handhaven in ons huishouden van dit kopje, hebben we een probleem. Onze argumenten raken elkaar niet. We kunnen eindeloos langs elkaar heen argumenteren: de twee werkelijkheden zijn onvergelijkbaar.’

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) noemde dit het perspectivisme en had daar een simpel maar krachtig beeld voor: dat van de kikker en de adelaar. Dat had hij overigens geleend van kunstschilders, maar dat doet er nu even niet toe. Als we kijken vanuit het perspectief van de kikker, laag bij de grond, opkijkend naar de dingen om hem heen, dan zien we de wereld op een heel andere manier dan als we kijken met de ogen van de adelaar, die hoog in de lucht over diezelfde dingen heen vliegt. Hun werkelijkheid is met andere woorden totaal verschillend. Volgens Nietzsche bestaat dé werkelijkheid, de Waarheid, dus ook niet, maar zijn er slechts perspectieven op die werkelijkheid.

Dus als u het gevoel heeft dat uw medewerkers u niet begrijpen (of willen begrijpen), dan komt dat meestal omdat zij vanuit een heel ander perspectief naar de wereld kijken dan u. U moet een target halen, daar wordt u op afgerekend, maar uw medewerkers zijn al blij als het weer vrijdag is. In zijn uiterste consequentie betekent dat dus dat we elkaar nooit helemaal kunnen begrijpen, want ons perspectief is bijna altijd verschillend. Dat leidt tot misverstanden, ergernissen, conflicten tot complete kantooroorlogen aan toe.

Gelukkig hoeft het niet zover te komen. We hebben namelijk een prachtig instrument ontwikkeld waarmee we dit probleem hanteerbaar kunnen maken en dat is de taal. Dankzij de taal kunnen we proberen elkaar ons perspectief uit te leggen en vervolgens kunnen we proberen ons in de ander te verplaatsen. Taal is namelijk altijd een gemeenschappelijk iets, zoals een andere filosoof, Ludwig Wittgenstein(1889-1951), heeft laten zien. Hij bedacht het begrip taalspel en dat werkt een beetje als volgt: om niet eindeloos aan elkaar te hoeven uitleggen hoe wij tegen de dingen aankijken, hebben we bepaalde afspraken met elkaar gemaakt. We hebben regels bedacht hoe wij bepaalde dingen in een gegeven situatie en binnen een bepaalde groep benoemen. Als we bijvoorbeeld in een vergadering zitten en iemand heeft het over ‘punten op de agenda’, dan weten we dat we niet meteen naar onze tas hoeven te grijpen om de Filofax te voorschijn te halen. We beschikken met andere woorden over een gemeenschappelijke taal waardoor we elkaar meestal prima kunnen begrijpen.

Natuurlijk is dat geen garantie voor een vlekkeloze samenwerking. Over sommige dingen hebben we (nog) geen afspraken gemaakt en daar moeten we dan dus eerst over praten. Bovendien verandert de wereld, mensen veranderen en zo kan het gebeuren dat we ‘uit elkaar groeien’. Daarom is het zaak, zoals Busscher ook terecht opmerkt, om ‘elkaar voortdurend te blijven leren kennen.’ Daarover gaat in feite zijn boek.

17 mei 2007 | Eric van Arendonk RM

Bij de woorden 'pimp je afdeling' krijg ik gelijk een associatie met opleuken. Muren een knalkleur geven, hoogpolig tapijt erin, de deur behangen met wat 'bling bling', bureaus moffelen en vervolgens op een rare manier wegzetten. Enzovoort. Niets is echter minder waar in het boek 'Pimp je afdeling' van Jeroen Busscher. Er komt geen kwast of spijker aan te pas. In een zin vertelt dit boek hoe je meer uit je afdeling kan halen. Dit is ook wat de subtitel aangeeft, en dat wordt dan ook waargemaakt. Wat dat betreft is het begrip 'pimpen' toch iets anders dan wat ik verwacht had.

'Pimp je afdeling' is opgedeeld in vier delen. Deel één gaat over groepen. Wat is een groep en hoe gedraagt een groep zich? In dit deel stelt Busscher (onder andere) dat niet individuen ons gedrag sturen maar dat de omgeving waarin we zijn dat doet. Een inspirerende omgeving levert inspiratie op, een agressieve omgeving roept agressie op.
Deel twee gaat over de vier krachten die de context van groepen bepalen: leiderschap, structuur, taak en fysieke omgeving. Deze vier krachten worden in dit deel uitvoerig beschreven. Dit deel wordt afgesloten met een beschrijving van de samenhang van de vier krachten.

Deel drie gaat over het ontwerpen van interventies. Creativiteit krijgt in dit deel veel aandacht, bijvoorbeeld door een spoedcursus creativiteit. Daarnaast staat het begrijpen van het probleem centraal. Wat is nu het wérkelijke probleem? Wat is eigenlijk de werkelijkheid? Busscher onderscheidt drie werkelijkheden: die van jezelf, die van de medewerkers van je afdeling, en die van buitenstaanders. Dit klinkt allemaal ingewikkeld of misschien zelfs wat zweverig, maar schijn bedriegt. Ook dit deel blijft praktisch en direct toepasbaar.
Deel vier ten slotte heeft als titel 'Concreet'. Hierin wordt afgerekend met de clichés uit het vak zoals de auteur dat zelf noemt. De bezwaren tegen veranderingen en leren komen hier aan bod. Dit deel wordt afgesloten met een zogenaamde interventie bijlage. Hierin is een aantal oefeningen opgenomen die je kunt toepassen binnen je afdeling. Per oefening wordt aangegeven welk effect die specifieke oefening zal hebben. Dit effect kan de bevordering van kennisontwikkeling zijn, teambuilding, creativiteit, inspiratie of persoonlijk ontwikkeling. De oefeningen zijn gemakkelijk zelf uit te voeren en vergen geen grote investeringen.

Jeroen Busscher is zelf consultant of, zoals hij het ook noemt, extern adviseur. De middelen en oefeningen die hij in dit boek aanreikt, zijn bedoeld om zelf toe te passen. Hij adviseert nadrukkelijk om geen duur betaalde externe adviseurs in te schakelen. Je moet het zelf met je medewerkers doen. Dit maakt het boek sterker. Menig adviseur schrijft een boek met een onderliggende commerciële toon. Herkenbaar aan het mailadres van zijn bureau. Daarvan is in 'Pimp je afdeling' geen sprake.

'Pimp je afdeling' van Jeroen Busscher is zonder meer praktisch te noemen en geeft iedere manager ideeën om meer uit zijn afdeling te halen. Als manager ben je de katalysator, aangever en/of deelnemer. De afdeling gaat uiteindelijk zelf aan de slag om meer uit de afdeling te krijgen en die afdeling zijn de medewerkers zelf. Het boek is dan ook niet alleen aanbevelenswaardig voor managers maar ook voor de medewerkers van een afdeling. 'Pimpen' heeft voor mij in elk geval een nieuwe betekenis gekregen, namelijk: optimaal eruit halen wat er in zit!

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden