Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Managers te vaak zondebok
30 december 2008 | Ronald Buitenhuis

Professionals hebben managers nodig, en managers hebben professionals nodig. Al denken ze daar soms zelf anders over. In ieder geval zitten er vaak lichtjaren van verschil tussen de twee disciplines. Hoogleraar bestuurskunde Hans de Bruijn belicht in zijn boek Managers en professionals beide kemphanen en zonder partij te kiezen, breekt hij toch een lans voor de manager.

Het is te veel een volksport geworden meent De Bruijn: management bashing. Managers krijgen zo’n beetje overal de schuld van. Er zijn te veel managementlagen en managers zijn geen vakmensen, zijn bijvoorbeeld veelgehoorde kritieken. Maar dat is volgens De Bruijn toch allemaal te kort door de bocht. Je moet er ook niet aan denken dat professionals het alleen voor het zeggen hebben. Vermoedelijk komt er ook dan weinig van terecht. Professionals werken immers vooral op eilanden en hebben weinig behoefte om verbindingen in de organisatie te zoeken. En tja managers, ook die hebben zo hun minpunten. Het gros heeft geen flauwe idee waar professionals mee bezig zijn en willen vooral alles meetbaar maken, iets waar professionals weer van gruwen. Zeker wanneer het gaat om prestatiemeting haakt de professional af. Nog zo’n professionele gruwel: managers willen graag veranderen. Maar het idee dat veranderingen spontaan verlopen, past niet in het dna van een manager. Dus gaan ze zich met veranderingen bemoeien. En dan gaan direct weer de hakken in het zand van de professional.

In alles probeert De Bruijn in zijn boek het evenwicht tussen beide partijen te bewaren. Hij noemt de voors en tegens van beide partijen en komt aan het einde van zijn boek ook met een soort ideaalvorm: de M-professional. Een poldermodeloplossing: de professional die ook kan managen. Vroeger was dat vooral een professional die het allemaal in zijn vak niet meer kon bolwerken en in zekere zin werd weggepromoveerd. De Bruijn spreekt in dit kader van een soort corveetaak. Hij wil nu een upgrading van deze M-professional. Dus geen gemankeerde functie, maar een functie als een volwaardig aspect van de professie. Hij noemt de M-professional een hitteschild. Iemand die tussen de partijen instaat, hen beschermt, maar beide kanten vooral kent. Als het De Bruijn in zijn boek ergens om te doen is, is het wel dat beide kampen meer begrip voor elkaar moeten tonen. Ze kunnen niet zonder elkaar, maar zetten zichzelf toch graag tegen de andere partij af. Niet voor niets luidt de ondertitel: ‘Over management als probleem en als oplossing’.

Wat het boek zo aardig maakt, is dat het onderwerp zo uit het leven gegrepen is. Iedereen herkent direct de problematiek en heeft direct de eigen organisatie op het netvlies. Het is heel toegankelijk en je wordt niet gestoord door allerlei verwijzingen naar collega-wetenschappers die al eerder onderzoek hebben gedaan. Er staan veel noten in het boek, maar die onderstrepen eerder De Bruijns belezenheid dan dat hij er mee koketteert. Als minpunt zou je kunnen noemen dat De Bruijn het wel erg in de ziekenhuishoek zoekt. Veel voorbeelden komen uit die omgeving. Daar kunnen we mee leven. Op voldoende plekken kun je simpel de vertaalslag maken naar andere branches. Als professionals en managers dit boek lezen, moet er toch een soort staakt-het-vuren mogelijk zijn. Dan zullen ze elkaar iets beter snappen. Al zal het vermoedelijk net zo gaan als bij andere brandhaarden: van tijd tot tijd laait het vuur vast wel weer op. De Bruijn heeft het als vredesstichter dan in ieder geval geprobeerd.

1 december 2008 | Peter Vermeulen

Alweer een boek waarvan de titel suggereert dat er een probleem is tussen managers en professionals. Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft, beschrijft in 'Managers en professionals' de moeizame relatie tussen managers en professionals. De professionals doen het 'echte werk'. Zoals levens redden, boeven vangen en vonnissen uitspreken. En de managers waarmee professionals steeds vaker geconfronteerd worden, besturen en beheren de professionele organisatie. En dat levert - geloof mij - gedoe op.

Voor een professional is de toegevoegde waarde van een manager vaak niet duidelijk. Vooral niet als deze manager niet uit zijn vakgebied komt. Volgens Hans de Bruijn overtreden bestuurders en managers een basale regel: 'wie complexe taken uitvoert die kennis- en kunde-intensief zijn, heeft autonomie nodig.' Met andere woorden: u moet vertrouwen op de deskundigheid van de professional en niet op procedures, plannen, protocollen, etcetera. Maar is dit niet wat kort door de bocht, als je suggereert dat alleen en altijd de managers deze procedures opstellen?

De Bruijn gaat nog verder met zijn prikkelende stellingen, namelijk dat niemand zal ontkennen dat er managers nodig zijn. 'Er moet toch iemand zorgen voor de gebouwen en apparatuur.' In een professionele organisatie behoort volgens De Bruijn altijd duidelijk te zijn wat de toegevoegde waarde is van de echelons boven de professional. Maar in een rap veranderende concurrerende omgeving ontstaan constant nieuwe problemen en vragen. Hierbij ontbreekt het vaak aan kennis of interesse bij de professional. Dit vraagt dus om een andere expertise dan de inhoudelijke expertise van de professional. Om de professional zich te laten concentreren op zijn vakgebied - de arts moet zich namelijk concentreren op het opereren - moeten deze vragen worden beantwoord door een manager.

Indien bovenstaande waar is, liggen er volgens De Bruijn drie conclusies voor de hand. Ten eerste zijn er managers, verrichten zij nuttige werkzaamheden en zullen er dus altijd blijven. Ten tweede kunnen managers en professionals niet met, maar ook niet zonder elkaar. Dit aangezien de arts staat voor medische kwaliteit en de manager voor kostenbeheersing. Ten derde is er een enorme variëteit aan zowel managers als professionals.

In 'Managers en Professionals' gaat Hans de Bruijn er vanuit dat er managers zijn in professionele organisaties en dat ze een zinvolle functie kunnen hebben. 'Managers en professionals' is geen boek vol allerhande al vaker toegepaste modellen, maar geeft een nieuwe, andere, blik op de wereld van bestuur en management. De auteur neemt geen blad voor de mond en ventileert duidelijk en pakkend geschreven zijn mening. Hij irriteert u als manager of professional met de stellingen die hij uw brein binnenslingert. Maar hierdoor blijft u geboeid verder lezen om de gedachten van De Bruijn te doorgronden. Of u nu professional bent, manager, of een managing professional. U krijgt naast veel stof om na te denken ook tips.

Hans de Bruijn schrijft dat er niet één waarheid is en dat geldt ook voor dit boek. Tevens vermeldt hij dat de lezer zich bewust moet zijn van het feit dat niet alle beschreven inzichten elke organisaties van toepassing is. De auteur vraagt u dan ook om niet alles voor zoete koek te slikken. Hij is van mening dat de meeste professionals intelligente mensen zijn, maar de meeste managers ook. En hij kan het weten, want hij is beide. Maar komt Hans de Bruijn nu met een oplossing voor de spanning tussen managers en professionals? Nee, dus. En is dit eigenlijk een probleem dat opgelost moet worden door Hans de Professional of door Hans de Manager?

De waarheid ligt ergens in het midden
4 november 2008 | Hans van der Klis

Met zijn boek Managers en professionals probeert Hans de Bruijn een brug te slaan tussen de beide beroepsgroepen, die de laatste jaren in toenemende mate tegenover elkaar zijn komen te staan. De stelling van De Bruijn: managers en professionals kunnen behoorlijk wat last van elkaar hebben, maar ze kunnen niet zonder elkaar. Meer zelfkennis en opofferingsgezindheid zouden voor een beter begrip kunnen zorgen.

De discussie over de tegenstelling tussen Managers en professionals begint al wat sleetse plekken te vertonen. Hoewel de meeste schrijvers over dit onderwerp vaak genuanceerder zijn dan titel of flaptekst doen vermoeden, kan het verhaal uitgetekend worden: professionals willen bij hun taak niet gehinderd worden door papierwerk en bureaucratie. Managers stellen op hun beurt vast dat professionals er zonder leidinggevenden vaak een rommeltje van maken, omdat zij onvoldoende interesse in het functioneren van hun organisatie tonen. Op de werkvloer kan dit conflict gemakkelijk uitmonden in een loopgravenoorlog. Waarom? Omdat beide partijen gelijk hebben.

Dat is in grove lijnen ook het verhaal van Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft. Niet voor niets heeft hij voor de titel Managers en professionals gekozen, met het woordje ‘en’ cursief op het omslag. Dat lijkt een voorbode van een saai betoog dat de waarheid ergens in het midden ligt. Niets is minder waar: De Bruijn heeft een uitermate onderhoudend boek geschreven, waarin hij zijn opvattingen met verve uit de doeken doet.

Hij besteedt ook geen aandacht aan eerdere boeken die over dit onderwerp verschenen zijn, zodat een al te flauwe welles-nietes discussie uitblijft. De Bruijn heeft genoeg aan zijn eigen scherpe pen om de tegenstelling tussen managers en professionals uit de doeken te doen. Daarbij gaat hij systematisch te werk: na de inleidende hoofdstukken over management als probleem en management als oplossing, neemt hij strategie, kwaliteit, samenwerking, kennis en innovatie, prestaties en verandering onder de loep. Door zijn grote kennis van zaken weet hij steeds begrip te kweken voor tegengestelde standpunten, waardoor zijn opvattingen almaar aan geloofwaardigheid winnen. Bovendien is hij niet bang om zo nu en dan stevige kritiek te uiten: managers die te veel vertrouwen op model talk, die zonder tact veranderingen opdringen, die hun werk doen zonder enige inhoudelijke kennis of zonder respect te tonen voor professionals, krijgen het stevig voor hun kiezen.

Maar De Bruijn laat de professionals ook niet ongemoeid. Als hoogleraar rekent hij zichzelf tot deze groep. Hij heeft in het begin van zijn carrière van dichtbij meegemaakt hoe professionals kunnen neerkijken op managementtaken. Het was een gemankeerde taak, een vorm van corvee, schrijft hij. Dat kan in ziekenhuizen of op universiteiten, ‘klassieke professionele organisaties’ waar vakkennis van eminent belang is, contraproductief zijn. In navolging van Mathieu Weggeman roept hij professionals op om ook managementtaken op zich te nemen. Als geen ander moet de managing professional in staat worden geacht te fungeren als ‘hitteschild’, een positie waarin professionals beter dan managers in staat zijn de uitwerking van bepaalde ontwikkelingen (‘interventies’) binnen een organisatie op waarde te schatten.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden